Fysieke distributie
Doel: Vaststellen transportbewegingen
Achtergrond van het model
Fysieke distributie beschrijft het proces vanaf het magazijn met gereed product tot aan de levering bij de afnemer.
Het schema lijkt eenvoudig, maar de praktijk is complex.
Een supermarkt is hiervan een goed voorbeeld.
Producten liggen in het schap en er is een beperkte voorraad in het eigen magazijn.
De meeste producten komen van externe leveranciers.
De bevoorrading van alle winkels vereist een goed ingericht distributienetwerk.
Goederen van leveranciers worden naar distributiecentra vervoerd.
In het distributiecentrum worden de goederen opgeslagen en verdeeld.
Vanuit het distributiecentrum worden bestellingen geleverd aan de winkels.
Producten van één leverancier gaan naar meerdere winkels.
Zo worden de schappen weer aangevuld.
Fysieke distributie is voor veel bedrijven een cruciaal proces.
Het bestaat uit drie deelprocessen.
Dit zijn magazijnbeheer, voorraadbeheer en transport.
Toepassing Fysieke distributie
De toepassing bestaat uit zes onderdelen.
Dit zijn distributiestructuren, vestigingsplaatskeuze, besturing, orderverwerking, transport en kosten.
Distributiestructuren
De onderneming kiest eerst een distributiestructuur.
Het distributienetwerk bestaat uit distributiekanalen, vervoerders en magazijnen.
Goederen worden tussen deze schakels verplaatst om bij de afnemer te komen.
De onderneming bepaalt eerst de prestatie-indicatoren op distributieniveau.
Voorbeelden hiervan zijn logistieke servicegraad, producteigenschappen en marktstructuur.
Ook distributiekosten en omvang van de goederenstroom spelen een rol.
De producteigenschappen kunnen bestaan uit waardedichtheid, verpakkingsdichtheid en houdbaarheid.
Er zijn twee hoofdvormen van distributie.
Dit zijn rechtstreekse distributie en distributie via consolidatie.
Bij rechtstreekse distributie gaan goederen direct naar de afnemer.
Bij consolidatie gaan goederen eerst naar een distributiecentrum.
Daar worden goederen van verschillende leveranciers samengevoegd.
Keuze van vestigingsplaatsen
De keuze van vestigingsplaatsen is strategisch.
Een onderneming blijft hier meestal vijf tot tien jaar gevestigd.
Bij deze keuze spelen meerdere factoren een rol.
- Levertijd is de tijd tussen distributiecentrum en klant.
- Leverbetrouwbaarheid geeft aan of afspraken worden nagekomen.
- Flexibiliteit bepaalt of nieuwe markten bediend kunnen worden.
- De afstand tot klanten en leveranciers is belangrijk.
- Kosten kunnen dalen door een betere locatie.
- Overheidsregels spelen een rol.
- De beschikbaarheid van personeel is van belang.
- Ook de aanwezige infrastructuur is bepalend.
Besturing van het distributienetwerk
Besturing voorkomt het slingereffect in de keten.
Dit effect ontstaat wanneer elke schakel extra voorraad aanhoudt.
Het slingereffect kan leiden tot grote overschotten bij producenten.
Dit kan oplopen tot veertig procent onverkoopbare productie.
Duidelijke verantwoordelijkheden zijn noodzakelijk.
Ook is een goed informatiesysteem nodig.
Een veelgebruikt systeem is Distribution Requirements Planning.
Dit systeem wordt afgekort als DRP.
DRP stemt beslissingen binnen het distributienetwerk op elkaar af.
Fysieke verwerking van de orders
In het distributiecentrum is sprake van een convergerende en divergerende stroom.
Goederen komen binnen van leveranciers en gaan uit naar klanten.
De belangrijkste stappen zijn orderinvoer, ontvangst, opslag, orderpicking, verpakken en uitleveren.
Orderinvoer verloopt bij voorkeur digitaal.
Dit bespaart tijd en voorkomt fouten.
Bij ontvangst en opslag moeten zo min mogelijk handelingen plaatsvinden.
De magazijninrichting is hierbij belangrijk.
Een geautomatiseerd magazijn vraagt een hoge investering.
Deze investering verdient zich vaak snel terug.
Bij opslag wordt rekening gehouden met omloopsnelheid en fysieke eigenschappen.
Ook artikelgroepen, bulkvoorraad en vaste of vrije locaties spelen een rol.
Bij orderpicking bepaalt de onderneming hoeveel medewerkers per order werken.
Verpakken gebeurt ter bescherming en om handelingen te beperken.
Verpakkingen volgen vaste standaarden.
Dit verbetert efficiëntie bij handling en transport.
Transport
Transport is de grootste kostenpost binnen fysieke distributie.
De onderneming kiest de transportwijze.
Mogelijkheden zijn vervoer over de weg, over water, per spoor, door de lucht of via pijpleidingen.
Containervervoer maakt combinatie van transportmiddelen mogelijk.
Dit kan zonder overladen van goederen.
Bij de keuze worden meerdere factoren afgewogen.
Dit zijn snelheid, bereikbaarheid en betrouwbaarheid.
Ook variatie in tijd, frequentie, beschadigingsrisico en kosten spelen een rol.
Kosten
De kosten van fysieke distributie worden verdeeld in categorieën.
Dit zijn transport, opslag, interest, handling en administratie.
Waardedichtheid is de waarde per kubieke meter.
Verpakkingsdichtheid is het aantal verpakkingen per kubieke meter.
Bij hoge waardedichtheid zijn interestkosten hoog.
Bij hoge verpakkingsdichtheid zijn handlingkosten hoog.
Bij lage waardedichtheid en verpakkingsdichtheid zijn opslag- en transportkosten dominant.
Resultaat van het model
Een goed ingerichte fysieke distributie verhoogt de logistieke service.
Dit verbetert levertijd en leverbetrouwbaarheid.
Een groot deel van de logistieke kosten wordt hierdoor beheerst.
De onderneming houdt controle over voorraden.
Hierdoor ontstaan minder overschotten en tekorten.
De goederenstroom sluit beter aan op die van afnemers en ketenpartners.
Aandachtsgebieden Fysieke distributie
Het model beschrijft niet volledig de complexiteit van goederenstromen.
Ook de inrichting van het distributiecentrum wordt beperkt uitgewerkt.
Auteur: In de praktijk ontwikkeld
Naam: Fysieke distributie
Literatuur
- Kotler, Ph. (2000). Marketing Management. Prentice/Hall International.
- Boekema, J., Broekhoff, M. Van Bueren, E. en Oosterhuis, A. (2005). Basisboek Marketing. Groningen: Wolters-Noordhoff.
Fysieke distributie
Doel: Vaststellen transportbewegingen
Achtergrond van het model
Fysieke distributie beschrijft het proces vanaf het magazijn met gereed product tot aan de levering bij de afnemer.
Het schema lijkt eenvoudig, maar de praktijk is complex.
Een supermarkt is hiervan een goed voorbeeld.
Producten liggen in het schap en er is een beperkte voorraad in het eigen magazijn.
De meeste producten komen van externe leveranciers.
De bevoorrading van alle winkels vereist een goed ingericht distributienetwerk.
Goederen van leveranciers worden naar distributiecentra vervoerd.
In het distributiecentrum worden de goederen opgeslagen en verdeeld.
Vanuit het distributiecentrum worden bestellingen geleverd aan de winkels.
Producten van één leverancier gaan naar meerdere winkels.
Zo worden de schappen weer aangevuld.
Fysieke distributie is voor veel bedrijven een cruciaal proces.
Het bestaat uit drie deelprocessen.
Dit zijn magazijnbeheer, voorraadbeheer en transport.
Toepassing Fysieke distributie
De toepassing bestaat uit zes onderdelen.
Dit zijn distributiestructuren, vestigingsplaatskeuze, besturing, orderverwerking, transport en kosten.
Distributiestructuren
De onderneming kiest eerst een distributiestructuur.
Het distributienetwerk bestaat uit distributiekanalen, vervoerders en magazijnen.
Goederen worden tussen deze schakels verplaatst om bij de afnemer te komen.
De onderneming bepaalt eerst de prestatie-indicatoren op distributieniveau.
Voorbeelden hiervan zijn logistieke servicegraad, producteigenschappen en marktstructuur.
Ook distributiekosten en omvang van de goederenstroom spelen een rol.
De producteigenschappen kunnen bestaan uit waardedichtheid, verpakkingsdichtheid en houdbaarheid.
Er zijn twee hoofdvormen van distributie.
Dit zijn rechtstreekse distributie en distributie via consolidatie.
Bij rechtstreekse distributie gaan goederen direct naar de afnemer.
Bij consolidatie gaan goederen eerst naar een distributiecentrum.
Daar worden goederen van verschillende leveranciers samengevoegd.
Keuze van vestigingsplaatsen
De keuze van vestigingsplaatsen is strategisch.
Een onderneming blijft hier meestal vijf tot tien jaar gevestigd.
Bij deze keuze spelen meerdere factoren een rol.
- Levertijd is de tijd tussen distributiecentrum en klant.
- Leverbetrouwbaarheid geeft aan of afspraken worden nagekomen.
- Flexibiliteit bepaalt of nieuwe markten bediend kunnen worden.
- De afstand tot klanten en leveranciers is belangrijk.
- Kosten kunnen dalen door een betere locatie.
- Overheidsregels spelen een rol.
- De beschikbaarheid van personeel is van belang.
- Ook de aanwezige infrastructuur is bepalend.
Besturing van het distributienetwerk
Besturing voorkomt het slingereffect in de keten.
Dit effect ontstaat wanneer elke schakel extra voorraad aanhoudt.
Het slingereffect kan leiden tot grote overschotten bij producenten.
Dit kan oplopen tot veertig procent onverkoopbare productie.
Duidelijke verantwoordelijkheden zijn noodzakelijk.
Ook is een goed informatiesysteem nodig.
Een veelgebruikt systeem is Distribution Requirements Planning.
Dit systeem wordt afgekort als DRP.
DRP stemt beslissingen binnen het distributienetwerk op elkaar af.
Fysieke verwerking van de orders
In het distributiecentrum is sprake van een convergerende en divergerende stroom.
Goederen komen binnen van leveranciers en gaan uit naar klanten.
De belangrijkste stappen zijn orderinvoer, ontvangst, opslag, orderpicking, verpakken en uitleveren.
Orderinvoer verloopt bij voorkeur digitaal.
Dit bespaart tijd en voorkomt fouten.
Bij ontvangst en opslag moeten zo min mogelijk handelingen plaatsvinden.
De magazijninrichting is hierbij belangrijk.
Een geautomatiseerd magazijn vraagt een hoge investering.
Deze investering verdient zich vaak snel terug.
Bij opslag wordt rekening gehouden met omloopsnelheid en fysieke eigenschappen.
Ook artikelgroepen, bulkvoorraad en vaste of vrije locaties spelen een rol.
Bij orderpicking bepaalt de onderneming hoeveel medewerkers per order werken.
Verpakken gebeurt ter bescherming en om handelingen te beperken.
Verpakkingen volgen vaste standaarden.
Dit verbetert efficiëntie bij handling en transport.
Transport
Transport is de grootste kostenpost binnen fysieke distributie.
De onderneming kiest de transportwijze.
Mogelijkheden zijn vervoer over de weg, over water, per spoor, door de lucht of via pijpleidingen.
Containervervoer maakt combinatie van transportmiddelen mogelijk.
Dit kan zonder overladen van goederen.
Bij de keuze worden meerdere factoren afgewogen.
Dit zijn snelheid, bereikbaarheid en betrouwbaarheid.
Ook variatie in tijd, frequentie, beschadigingsrisico en kosten spelen een rol.
Kosten
De kosten van fysieke distributie worden verdeeld in categorieën.
Dit zijn transport, opslag, interest, handling en administratie.
Waardedichtheid is de waarde per kubieke meter.
Verpakkingsdichtheid is het aantal verpakkingen per kubieke meter.
Bij hoge waardedichtheid zijn interestkosten hoog.
Bij hoge verpakkingsdichtheid zijn handlingkosten hoog.
Bij lage waardedichtheid en verpakkingsdichtheid zijn opslag- en transportkosten dominant.
Resultaat van het model
Een goed ingerichte fysieke distributie verhoogt de logistieke service.
Dit verbetert levertijd en leverbetrouwbaarheid.
Een groot deel van de logistieke kosten wordt hierdoor beheerst.
De onderneming houdt controle over voorraden.
Hierdoor ontstaan minder overschotten en tekorten.
De goederenstroom sluit beter aan op die van afnemers en ketenpartners.
Aandachtsgebieden Fysieke distributie
Het model beschrijft niet volledig de complexiteit van goederenstromen.
Ook de inrichting van het distributiecentrum wordt beperkt uitgewerkt.
Auteur: In de praktijk ontwikkeld
Naam: Fysieke distributie
Literatuur
- Kotler, Ph. (2000). Marketing Management. Prentice/Hall International.
- Boekema, J., Broekhoff, M. Van Bueren, E. en Oosterhuis, A. (2005). Basisboek Marketing. Groningen: Wolters-Noordhoff.
Plaats een Reactie
Meepraten?Draag gerust bij!


Plaats een Reactie
Meepraten?Draag gerust bij!