Model van Bateson
Doel: Inzicht krijgen in het eigen gedrag
Achtergrond van het model
Iedereen reageert op wat er in de omgeving gebeurt. Bijna niemand reageert precies hetzelfde als een ander in dezelfde situatie. Mensen laten verschillend gedrag zien in vergelijkbare situaties. Afhankelijk van hoe iemand reageert, hebben Bateson en Dilts zes verschillende niveaus van reacties beschreven. Elk niveau is abstracter dan het niveau eronder en heeft meer invloed op de persoon. Door te kijken naar hoe iemand een situatie beschrijft, kan worden bepaald op welk niveau die persoon de situatie ervaart.
Omgeving
De omgeving gaat over waar je bent en met wie je bent. Comfort en veiligheid van de omgeving hebben grote invloed op hoe mensen zich voelen en hoe dit hun werk en tevredenheid beïnvloedt. De omgeving kan ook iets zeggen over iemands identiteit. Op het werk kunnen kleine persoonlijke voorwerpen, die mensen meenemen van huis, belangrijk zijn. Deze helpen om de werkplek eigen te maken en laten iets zien van wie iemand is. Collega’s zijn een belangrijk onderdeel van de werkomgeving. Een prettige werksfeer met fijne collega’s kan belangrijker zijn dan de fysieke omgeving. Andersom kan een mooie werkomgeving het gebrek aan goed contact met collega’s niet compenseren.
Gedrag
Gedrag is wat we doen en wat we zeggen. Alles wat iemand zegt of doet, valt onder gedrag. Het gaat om zichtbare acties. Op individueel niveau kan dit bijvoorbeeld gaan over beslissingen nemen, gesprekken voeren, communiceren met het team of het schrijven van een e-mail. Op organisatieniveau kan gedrag bestaan uit reclamecampagnes, herstructureringen, overnames of beleid.
Vaardigheden
Vaardigheden betekenen dat iemand kennis heeft en handelingen goed kan uitvoeren. Op individueel niveau zijn vaardigheden gedragingen die vaak geoefend zijn en daardoor automatisch en vanuit gewoonte worden uitgevoerd. Managen is bijvoorbeeld een vaardigheid. Vaardigheden kunnen worden aangeleerd. Als iemand bepaalde vaardigheden mist om nieuw gedrag te laten zien, kunnen training en oefening helpen.
Overtuigingen
Dit niveau gaat over wat iemand belangrijk vindt en wat iemand als waar beschouwt. Mensen handelen vanuit overtuigingen die zij voor waar aannemen. Veel overtuigingen ontstaan al op jonge leeftijd en vormen samen het beeld dat iemand heeft van de wereld. Deze overtuigingen zijn vaak terug te horen in uitspraken over wat iemand wel of niet kan. De reden waarom we dingen doen, de toegevoegde waarde, speelt hier een rol. Iedereen heeft eigen waarden en overtuigingen die samen het gedrag beïnvloeden.
Identiteit
De identiteit van een persoon gaat over wie iemand is, hoe iemand zichzelf ziet en wat iemand belangrijk vindt. Het omvat kernwaarden en overtuigingen en bepaalt wat iemand wil bereiken in het leven. Identiteit is sterk, maar kan zich wel ontwikkelen en veranderen. Werk kan een belangrijke rol spelen in deze ontwikkeling. Functietitels zijn vaak verbonden aan de identiteit van een persoon. Ook organisaties hebben een identiteit, die vaak voortkomt uit de waarden en visie van de oprichter of oprichters.
Het basisprincipe van de niveaus gaat over afstemming. Wanneer iemand afgestemd is, voelt die persoon minder innerlijke spanning. Het gedrag is dan meestal consistent en in overeenstemming met wat iemand zegt en gelooft. Mensen handelen dan integer en zenden geen tegenstrijdige signalen uit in hun gedrag, woorden of houding. Ook organisaties zijn opgebouwd vanuit deze niveaus, zoals de locatie, wat ze doen, wat ze kunnen, wat belangrijk is en hun identiteit of cultuur.
Zingeving
Dit niveau gaat over het grotere geheel. Het gaat over vragen rondom de zin van het bestaan, verantwoordelijkheid voor de wereld en toekomstige generaties. Op dit niveau spelen vaak diepgewortelde religieuze of levensbeschouwelijke overtuigingen een rol.
Toepassing Model van Bateson
De toepassing van het model kan worden uitgelegd aan de hand van één zin. Deze zin kan op vijf verschillende manieren worden uitgesproken, waarbij telkens een ander woord wordt benadrukt. Elke manier van uitspreken hoort bij een ander niveau.
- Identiteit – Ik kan dat hier niet doen
Hoe ziet de persoon zichzelf? Op welke manier beperkt iemand zichzelf door vast te houden aan oude of onjuiste ideeën over wie hij of zij is?
- Overtuigingen – Ik kan dat hier niet doen
De persoon gelooft dat hij of zij het niet kan, of denkt geen toestemming te hebben om het te doen.
- Vaardigheden – Ik kan dat hier niet doen
De persoon weet niet hoe hij of zij moet doen wat gevraagd wordt.
- Gedrag – Ik kan dat hier niet doen
De persoon kan wel andere dingen doen, maar dit specifieke gedrag niet.
- Omgeving – Ik kan dat hier niet doen
De persoon kan het wel doen, maar niet in deze specifieke omgeving.
De niveaus vormen samen een hulpmiddel om te bepalen hoe goed iemand afgestemd is. Mensen die zich afgestemd voelen, zijn vaak rustiger en worden door anderen gezien als authentiek en daadkrachtig. Wanneer iemand zich niet afgestemd voelt, kan er innerlijke strijd zijn of voelt het gedrag niet passend bij de eigen overtuigingen of identiteit.
Resultaat van het model
Wanneer iemand zich wil ontwikkelen of nieuw gedrag wil aanleren, is het versterken van de eigen identiteit belangrijker dan het nastreven van hoge prestaties. Goede resultaten volgen daarna vanzelf. Motivatie die alleen gericht is op uiterlijk of prestaties is vaak van korte duur. Motivatie die voortkomt uit een nieuwe identiteit en bijpassende overtuigingen is duurzamer.
Aandachtsgebieden Model van Bateson
Het model kan werken van onder naar boven en van boven naar beneden. Een omgeving kan bijvoorbeeld gedrag oproepen dat aansluit bij bepaalde vaardigheden en overtuigingen. Andersom kan iemand die zichzelf ziet als een competent persoon, automatisch overtuigingen ontwikkelen die leiden tot motivatie en het ontwikkelen van vaardigheden. Dit gebeurt altijd binnen de mogelijkheden van tijd, plaats en omstandigheden van de omgeving.
Auteur: Robert Dilts, Gregory Bateson
Jaar ontwikkeld: 1972
Ook bekend als: Neurologisch model, logische niveaus
Literatuur
Bateson, G. (1972), Steps to an Ecology of Mind, Chicago, The University Of Chicago Press
Model van Bateson
Doel: Inzicht krijgen in het eigen gedrag
Achtergrond van het model
Iedereen reageert op wat er in de omgeving gebeurt. Bijna niemand reageert precies hetzelfde als een ander in dezelfde situatie. Mensen laten verschillend gedrag zien in vergelijkbare situaties. Afhankelijk van hoe iemand reageert, hebben Bateson en Dilts zes verschillende niveaus van reacties beschreven. Elk niveau is abstracter dan het niveau eronder en heeft meer invloed op de persoon. Door te kijken naar hoe iemand een situatie beschrijft, kan worden bepaald op welk niveau die persoon de situatie ervaart.
Omgeving
De omgeving gaat over waar je bent en met wie je bent. Comfort en veiligheid van de omgeving hebben grote invloed op hoe mensen zich voelen en hoe dit hun werk en tevredenheid beïnvloedt. De omgeving kan ook iets zeggen over iemands identiteit. Op het werk kunnen kleine persoonlijke voorwerpen, die mensen meenemen van huis, belangrijk zijn. Deze helpen om de werkplek eigen te maken en laten iets zien van wie iemand is. Collega’s zijn een belangrijk onderdeel van de werkomgeving. Een prettige werksfeer met fijne collega’s kan belangrijker zijn dan de fysieke omgeving. Andersom kan een mooie werkomgeving het gebrek aan goed contact met collega’s niet compenseren.
Gedrag
Gedrag is wat we doen en wat we zeggen. Alles wat iemand zegt of doet, valt onder gedrag. Het gaat om zichtbare acties. Op individueel niveau kan dit bijvoorbeeld gaan over beslissingen nemen, gesprekken voeren, communiceren met het team of het schrijven van een e-mail. Op organisatieniveau kan gedrag bestaan uit reclamecampagnes, herstructureringen, overnames of beleid.
Vaardigheden
Vaardigheden betekenen dat iemand kennis heeft en handelingen goed kan uitvoeren. Op individueel niveau zijn vaardigheden gedragingen die vaak geoefend zijn en daardoor automatisch en vanuit gewoonte worden uitgevoerd. Managen is bijvoorbeeld een vaardigheid. Vaardigheden kunnen worden aangeleerd. Als iemand bepaalde vaardigheden mist om nieuw gedrag te laten zien, kunnen training en oefening helpen.
Overtuigingen
Dit niveau gaat over wat iemand belangrijk vindt en wat iemand als waar beschouwt. Mensen handelen vanuit overtuigingen die zij voor waar aannemen. Veel overtuigingen ontstaan al op jonge leeftijd en vormen samen het beeld dat iemand heeft van de wereld. Deze overtuigingen zijn vaak terug te horen in uitspraken over wat iemand wel of niet kan. De reden waarom we dingen doen, de toegevoegde waarde, speelt hier een rol. Iedereen heeft eigen waarden en overtuigingen die samen het gedrag beïnvloeden.
Identiteit
De identiteit van een persoon gaat over wie iemand is, hoe iemand zichzelf ziet en wat iemand belangrijk vindt. Het omvat kernwaarden en overtuigingen en bepaalt wat iemand wil bereiken in het leven. Identiteit is sterk, maar kan zich wel ontwikkelen en veranderen. Werk kan een belangrijke rol spelen in deze ontwikkeling. Functietitels zijn vaak verbonden aan de identiteit van een persoon. Ook organisaties hebben een identiteit, die vaak voortkomt uit de waarden en visie van de oprichter of oprichters.
Het basisprincipe van de niveaus gaat over afstemming. Wanneer iemand afgestemd is, voelt die persoon minder innerlijke spanning. Het gedrag is dan meestal consistent en in overeenstemming met wat iemand zegt en gelooft. Mensen handelen dan integer en zenden geen tegenstrijdige signalen uit in hun gedrag, woorden of houding. Ook organisaties zijn opgebouwd vanuit deze niveaus, zoals de locatie, wat ze doen, wat ze kunnen, wat belangrijk is en hun identiteit of cultuur.
Zingeving
Dit niveau gaat over het grotere geheel. Het gaat over vragen rondom de zin van het bestaan, verantwoordelijkheid voor de wereld en toekomstige generaties. Op dit niveau spelen vaak diepgewortelde religieuze of levensbeschouwelijke overtuigingen een rol.
Toepassing Model van Bateson
De toepassing van het model kan worden uitgelegd aan de hand van één zin. Deze zin kan op vijf verschillende manieren worden uitgesproken, waarbij telkens een ander woord wordt benadrukt. Elke manier van uitspreken hoort bij een ander niveau.
- Identiteit – Ik kan dat hier niet doen
Hoe ziet de persoon zichzelf? Op welke manier beperkt iemand zichzelf door vast te houden aan oude of onjuiste ideeën over wie hij of zij is?
- Overtuigingen – Ik kan dat hier niet doen
De persoon gelooft dat hij of zij het niet kan, of denkt geen toestemming te hebben om het te doen.
- Vaardigheden – Ik kan dat hier niet doen
De persoon weet niet hoe hij of zij moet doen wat gevraagd wordt.
- Gedrag – Ik kan dat hier niet doen
De persoon kan wel andere dingen doen, maar dit specifieke gedrag niet.
- Omgeving – Ik kan dat hier niet doen
De persoon kan het wel doen, maar niet in deze specifieke omgeving.
De niveaus vormen samen een hulpmiddel om te bepalen hoe goed iemand afgestemd is. Mensen die zich afgestemd voelen, zijn vaak rustiger en worden door anderen gezien als authentiek en daadkrachtig. Wanneer iemand zich niet afgestemd voelt, kan er innerlijke strijd zijn of voelt het gedrag niet passend bij de eigen overtuigingen of identiteit.
Resultaat van het model
Wanneer iemand zich wil ontwikkelen of nieuw gedrag wil aanleren, is het versterken van de eigen identiteit belangrijker dan het nastreven van hoge prestaties. Goede resultaten volgen daarna vanzelf. Motivatie die alleen gericht is op uiterlijk of prestaties is vaak van korte duur. Motivatie die voortkomt uit een nieuwe identiteit en bijpassende overtuigingen is duurzamer.
Aandachtsgebieden Model van Bateson
Het model kan werken van onder naar boven en van boven naar beneden. Een omgeving kan bijvoorbeeld gedrag oproepen dat aansluit bij bepaalde vaardigheden en overtuigingen. Andersom kan iemand die zichzelf ziet als een competent persoon, automatisch overtuigingen ontwikkelen die leiden tot motivatie en het ontwikkelen van vaardigheden. Dit gebeurt altijd binnen de mogelijkheden van tijd, plaats en omstandigheden van de omgeving.
Auteur: Robert Dilts, Gregory Bateson
Jaar ontwikkeld: 1972
Ook bekend als: Neurologisch model, logische niveaus
Literatuur
Bateson, G. (1972), Steps to an Ecology of Mind, Chicago, The University Of Chicago Press
Plaats een Reactie
Meepraten?Draag gerust bij!


Plaats een Reactie
Meepraten?Draag gerust bij!