Onderzoeksmethoden

Doel: Kiezen van de juiste onderzoeksmethodiek 

Achtergrond van het model

Overal om ons heen wordt onderzoek gedaan. De term “uit onderzoek blijkt” wordt zeer vaak gebruikt om standpunten te verwoorden en anderen te overtuigen of om een bepaald onderwerp te bewijzen. Het belang van onderzoek is dus dermate groot dat er wel degelijk goed naar gekeken moet worden.

Even wat vragen stellen of een enquête in laten vullen kan geen onderbouwing zijn op basis waarvan belangrijke besluiten genomen moeten worden. Sterker nog: het verzamelen van gegevens is juist een van de laatste aspecten van onderzoek uitvoeren, naast analyseren en interpreteren. Gegevens worden systematisch verzameld om een bepaald doel na te streven. Systematisch betekent dat er een bepaalde structuur en logische volgorde in zit. Een doel betekent dat het voor een specifiek iets uitgevoerd wordt. De ‘onderzoeksproces-ui’ geeft het kader aan waarin onderzoek uitgevoerd kan worden systematisch en leidend tot een bepaald doel.

Toepassing Onderzoeksmethoden

Binnen het proces van de onderzoeks-ui worden een aantal lagen onderkend. Deze zijn:

Onderzoeksfilosofie, Onderzoeksmethoden, Onderzoeksstrategieën, Tijdshorizonten en Onderzoeksdoel.

1. Onderzoeksfilosofie

De onderzoeksfilosofie heeft te maken met de interpretatie van gegevens en in welke situaties het onderzoek plaatsvindt. Deze keuze beïnvloedt het gehele traject van onderzoek op de wijze waarop de onderzoeker(s) het onderzoek uitvoeren. Er zijn drie invalshoeken:

  1. Positivisme, gaat uit van een waarneembare werkelijkheid en kwantificeerbare waarnemingen die statistisch geanalyseerd kunnen worden. Met name van toepassing bij de exacte wetenschap.
  2. Interpretivisme, gaat uit van veranderingen en dat er niet gegeneraliseerd kan worden. De onderzoeker gaat op zoek naar de achterliggende werkelijkheid, wat ook wel sociaal constructivisme genoemd wordt, en zoekt de subjectieve betekenissen achter de acties van mensen. Met name van toepassing bij onderzoek binnen ondernemingen.
  3. Realisme, gaat uit van een bestaande werkelijkheid onafhankelijk van menselijke gedachten en ideeën. Sociale en maatschappelijke krachten beïnvloeden mensen of deze daar nu wel of niet bewust van zijn. Met name van toepassing bij onderzoek binnen grote groepen mensen.

Op zich blijft dit een filosofie waarin niet een echte keuze gemaakt wordt. Het verklaart echter wel een achterliggende gedachte bij de interpretatie van gegevens en daar kan het wel van belang zijn hoe de onderzoeker kijkt naar de gegevens en de resultaten ervan.

2. Onderzoeksmethoden

De deductieve methode gaat uit van een theorie en een hypothese waarbinnen een onderzoeksstrategie wordt ontworpen om de hypothese te staven. Bij de inductieve methode worden gegevens verzameld, geanalyseerd en geïnterpreteerd op basis waarvan de theorie vastgesteld wordt. De deductieve methode wordt vooral gebruikt bij wetenschappelijke principes, zoeken van causale verbanden, het verzamelen van kwantitatieve gegevens, toepassen van controles om de geldigheid van de gegevens te waarborgen, om een gestructureerde benadering te hebben, de onafhankelijkheid van de onderzoeker te waarborgen, en zorg te dragen voor een voldoende omvang van de steekproeven. De inductieve methode legt de nadruk op het begrijpen van de betekenis die mensen aan gebeurtenissen toekennen, een goed begrip van de context van het onderzoek, het verzamelen van kwalitatieve gegevens, een flexibele structuur om de nadruk te kunnen leggen op eventueel andere aspecten, het besef dat de onderzoeker een onderdeel vormt van het onderzoeksproces, het geringe belang dat wordt gehecht aan de mogelijkheid om te generaliseren. 

3. Onderzoeksstrategieën

De onderzoeksstrategie gaat in op de wijze hoe het onderzoek aangepakt gaat worden. Hierbij dient duidelijk te zijn welke onderzoeksvragen er zijn, welke onderzoeksdoelstellingen er zijn en welke mensen tot de doelgroep behoren. De onderzoeker kan kiezen uit de volgende strategieën:

  1. Experiment, het daadwerkelijk uitvoeren van acties in de praktijk op basis van een hypothese. Dit is een deductieve methode.
  2. Enquête, het verzamelen van gegevens via vragenlijsten. Te gebruiken bij het verzamelen van grote hoeveelheden gegevens uit een omvangrijke populatie. Dit is een deductieve methode.
  3. Casestudy, maakt gebruik van empirisch onderzoek (praktijkonderzoek) met gebruik van verschillende soorten bewijsmateriaal. Geschikt voor de waaromvraag, wat- en hoe-vragen. Gegevens worden verzameld middels interviews, waarnemingen, documentaire analyse en vragenlijsten. Dit is een deductieve methode;
  4. Grounded theory, onderzoek door middel van het opbouwen van een theorie door een combinatie van deductieve en inductieve methode. De theorie wordt gegenereerd aan de hand van de verzamelde gegevens, voorspellingen hieruit worden aan verdere waarnemingen getoetst.
  5. Etnografie, onderzoek naar de interpretatie van de maatschappelijke wereld waarin de te onderzoeken personen leven, op de manier zoals zij die ervaren. Tijdrovende methode die flexibel moet zijn en op veranderingen moet kunnen reageren. Dit is een inductieve methode.
  6. Action research, onderzoeksmethode die gericht is op de verandering en niet alleen op beschrijven, begrijpen en verklaren.

4. Tijdhorizonnen

Onderzoeken kunnen een momentopname zijn (doorsnedenonderzoek), of kunnen een langere periode aaneenlopen overeenkomstig een soort dagboek (longitudinaal onderzoek). Doorsnedenonderzoeken worden gebruikt om een bepaald verschijnsel op een bepaald moment te verklaren. Longitudinaal onderzoeken kunnen daarentegen veranderingen en ontwikkelingen onderzoeken. 

5. Onderzoeksdoel

Het onderzoeksdoel geeft aan op welke soort vraag antwoord gegeven moet worden. Is het een verkennend, beschrijvend of een verklarend onderzoek.

  1. Een verkennend onderzoek geeft antwoord op vragen zoals: Wat gebeurt er?, Welke nieuwe inzichten zijn er?, Welke vragen zijn er om verschijnselen in een nieuw licht te beoordelen?. Dit onderzoek kan uitgevoerd worden via literatuuronderzoek, praten met experts en focusinterviews.
  2. Een beschrijvend onderzoek geeft een nauwkeurige afbeelding de werkelijkheid en is meer een middel dan een onderzoek om een helder beeld van de situatie te krijgen om verder onderzoek te kunnen doen.
  3. Een verklarend onderzoek stelt verbanden vast tussen variabelen.

Bij onderzoek kunnen meerdere methodes door elkaar gebruikt worden. Kwantitatief onderzoek volgt vaak op kwalitatief onderzoek. Dit heeft twee voordelen: er wordt meer gericht op de belangrijkste zaken en het gebruik van triangulatie is mogelijk. Dit is het verzamelen van gegevens via meerdere methoden om vast te stellen dat de gegevens je dat vertellen wat je denkt dat ze vertellen. 

Resultaat van het model

Het ui-model geeft een grotere waarborg dat de resultaten van het onderzoek maar voor één uitleg interpreteerbaar zijn. Het onderzoek dient dan wel te voldoen aan de representativiteit, de betrouwbaarheid, nauwkeurigheid en de validiteit.

Aandachtsgebieden Onderzoeksmethoden

Het model geeft wel aan dat meerdere methoden door elkaar gebruikt kunnen worden, maar gaat hier verder niet op in.

Auteur: M. Saunders

Jaar ontwikkeld: 2003

Naam: De onderzoeksproces-‘ui’

Literatuur

Saunders, M., Lewis, P. en Thornhill, A. (2004). Methoden en technieken van onderzoek. Pearson.

0 antwoorden

Plaats een Reactie

Meepraten?
Draag gerust bij!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Download dit artikel (PDF)

Onderzoeksmethoden

Doel: Kiezen van de juiste onderzoeksmethodiek 

Achtergrond van het model

Overal om ons heen wordt onderzoek gedaan. De term “uit onderzoek blijkt” wordt zeer vaak gebruikt om standpunten te verwoorden en anderen te overtuigen of om een bepaald onderwerp te bewijzen. Het belang van onderzoek is dus dermate groot dat er wel degelijk goed naar gekeken moet worden.

Even wat vragen stellen of een enquête in laten vullen kan geen onderbouwing zijn op basis waarvan belangrijke besluiten genomen moeten worden. Sterker nog: het verzamelen van gegevens is juist een van de laatste aspecten van onderzoek uitvoeren, naast analyseren en interpreteren. Gegevens worden systematisch verzameld om een bepaald doel na te streven. Systematisch betekent dat er een bepaalde structuur en logische volgorde in zit. Een doel betekent dat het voor een specifiek iets uitgevoerd wordt. De ‘onderzoeksproces-ui’ geeft het kader aan waarin onderzoek uitgevoerd kan worden systematisch en leidend tot een bepaald doel.

Toepassing Onderzoeksmethoden

Binnen het proces van de onderzoeks-ui worden een aantal lagen onderkend. Deze zijn:

Onderzoeksfilosofie, Onderzoeksmethoden, Onderzoeksstrategieën, Tijdshorizonten en Onderzoeksdoel.

1. Onderzoeksfilosofie

De onderzoeksfilosofie heeft te maken met de interpretatie van gegevens en in welke situaties het onderzoek plaatsvindt. Deze keuze beïnvloedt het gehele traject van onderzoek op de wijze waarop de onderzoeker(s) het onderzoek uitvoeren. Er zijn drie invalshoeken:

  1. Positivisme, gaat uit van een waarneembare werkelijkheid en kwantificeerbare waarnemingen die statistisch geanalyseerd kunnen worden. Met name van toepassing bij de exacte wetenschap.
  2. Interpretivisme, gaat uit van veranderingen en dat er niet gegeneraliseerd kan worden. De onderzoeker gaat op zoek naar de achterliggende werkelijkheid, wat ook wel sociaal constructivisme genoemd wordt, en zoekt de subjectieve betekenissen achter de acties van mensen. Met name van toepassing bij onderzoek binnen ondernemingen.
  3. Realisme, gaat uit van een bestaande werkelijkheid onafhankelijk van menselijke gedachten en ideeën. Sociale en maatschappelijke krachten beïnvloeden mensen of deze daar nu wel of niet bewust van zijn. Met name van toepassing bij onderzoek binnen grote groepen mensen.

Op zich blijft dit een filosofie waarin niet een echte keuze gemaakt wordt. Het verklaart echter wel een achterliggende gedachte bij de interpretatie van gegevens en daar kan het wel van belang zijn hoe de onderzoeker kijkt naar de gegevens en de resultaten ervan.

2. Onderzoeksmethoden

De deductieve methode gaat uit van een theorie en een hypothese waarbinnen een onderzoeksstrategie wordt ontworpen om de hypothese te staven. Bij de inductieve methode worden gegevens verzameld, geanalyseerd en geïnterpreteerd op basis waarvan de theorie vastgesteld wordt. De deductieve methode wordt vooral gebruikt bij wetenschappelijke principes, zoeken van causale verbanden, het verzamelen van kwantitatieve gegevens, toepassen van controles om de geldigheid van de gegevens te waarborgen, om een gestructureerde benadering te hebben, de onafhankelijkheid van de onderzoeker te waarborgen, en zorg te dragen voor een voldoende omvang van de steekproeven. De inductieve methode legt de nadruk op het begrijpen van de betekenis die mensen aan gebeurtenissen toekennen, een goed begrip van de context van het onderzoek, het verzamelen van kwalitatieve gegevens, een flexibele structuur om de nadruk te kunnen leggen op eventueel andere aspecten, het besef dat de onderzoeker een onderdeel vormt van het onderzoeksproces, het geringe belang dat wordt gehecht aan de mogelijkheid om te generaliseren. 

3. Onderzoeksstrategieën

De onderzoeksstrategie gaat in op de wijze hoe het onderzoek aangepakt gaat worden. Hierbij dient duidelijk te zijn welke onderzoeksvragen er zijn, welke onderzoeksdoelstellingen er zijn en welke mensen tot de doelgroep behoren. De onderzoeker kan kiezen uit de volgende strategieën:

  1. Experiment, het daadwerkelijk uitvoeren van acties in de praktijk op basis van een hypothese. Dit is een deductieve methode.
  2. Enquête, het verzamelen van gegevens via vragenlijsten. Te gebruiken bij het verzamelen van grote hoeveelheden gegevens uit een omvangrijke populatie. Dit is een deductieve methode.
  3. Casestudy, maakt gebruik van empirisch onderzoek (praktijkonderzoek) met gebruik van verschillende soorten bewijsmateriaal. Geschikt voor de waaromvraag, wat- en hoe-vragen. Gegevens worden verzameld middels interviews, waarnemingen, documentaire analyse en vragenlijsten. Dit is een deductieve methode;
  4. Grounded theory, onderzoek door middel van het opbouwen van een theorie door een combinatie van deductieve en inductieve methode. De theorie wordt gegenereerd aan de hand van de verzamelde gegevens, voorspellingen hieruit worden aan verdere waarnemingen getoetst.
  5. Etnografie, onderzoek naar de interpretatie van de maatschappelijke wereld waarin de te onderzoeken personen leven, op de manier zoals zij die ervaren. Tijdrovende methode die flexibel moet zijn en op veranderingen moet kunnen reageren. Dit is een inductieve methode.
  6. Action research, onderzoeksmethode die gericht is op de verandering en niet alleen op beschrijven, begrijpen en verklaren.

4. Tijdhorizonnen

Onderzoeken kunnen een momentopname zijn (doorsnedenonderzoek), of kunnen een langere periode aaneenlopen overeenkomstig een soort dagboek (longitudinaal onderzoek). Doorsnedenonderzoeken worden gebruikt om een bepaald verschijnsel op een bepaald moment te verklaren. Longitudinaal onderzoeken kunnen daarentegen veranderingen en ontwikkelingen onderzoeken. 

5. Onderzoeksdoel

Het onderzoeksdoel geeft aan op welke soort vraag antwoord gegeven moet worden. Is het een verkennend, beschrijvend of een verklarend onderzoek.

  1. Een verkennend onderzoek geeft antwoord op vragen zoals: Wat gebeurt er?, Welke nieuwe inzichten zijn er?, Welke vragen zijn er om verschijnselen in een nieuw licht te beoordelen?. Dit onderzoek kan uitgevoerd worden via literatuuronderzoek, praten met experts en focusinterviews.
  2. Een beschrijvend onderzoek geeft een nauwkeurige afbeelding de werkelijkheid en is meer een middel dan een onderzoek om een helder beeld van de situatie te krijgen om verder onderzoek te kunnen doen.
  3. Een verklarend onderzoek stelt verbanden vast tussen variabelen.

Bij onderzoek kunnen meerdere methodes door elkaar gebruikt worden. Kwantitatief onderzoek volgt vaak op kwalitatief onderzoek. Dit heeft twee voordelen: er wordt meer gericht op de belangrijkste zaken en het gebruik van triangulatie is mogelijk. Dit is het verzamelen van gegevens via meerdere methoden om vast te stellen dat de gegevens je dat vertellen wat je denkt dat ze vertellen. 

Resultaat van het model

Het ui-model geeft een grotere waarborg dat de resultaten van het onderzoek maar voor één uitleg interpreteerbaar zijn. Het onderzoek dient dan wel te voldoen aan de representativiteit, de betrouwbaarheid, nauwkeurigheid en de validiteit.

Aandachtsgebieden Onderzoeksmethoden

Het model geeft wel aan dat meerdere methoden door elkaar gebruikt kunnen worden, maar gaat hier verder niet op in.

Auteur: M. Saunders

Jaar ontwikkeld: 2003

Naam: De onderzoeksproces-‘ui’

Literatuur

Saunders, M., Lewis, P. en Thornhill, A. (2004). Methoden en technieken van onderzoek. Pearson.

0 antwoorden

Plaats een Reactie

Meepraten?
Draag gerust bij!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Download ‘Onderzoeksmethoden’ als PDF

Dit veld is bedoeld voor validatiedoeleinden en moet niet worden gewijzigd.

Na het downloaden van dit artikel ontvang je diverse tips over Business modellen. Met het downloaden ga je akkoord met ons privacy statement.