Onderzoeksmethoden
Doel: Kiezen van de juiste onderzoeksmethodiek
Achtergrond van het model
Overal om ons heen wordt onderzoek gedaan. De uitspraak “uit onderzoek blijkt” wordt vaak gebruikt om standpunten te onderbouwen, anderen te overtuigen of een onderwerp te bewijzen. Het belang van onderzoek is daarom groot en vraagt om een zorgvuldige aanpak.
Het stellen van een paar vragen of het laten invullen van een enquête is geen voldoende onderbouwing voor het nemen van belangrijke besluiten. Het verzamelen van gegevens is juist een van de laatste stappen in onderzoek, naast analyseren en interpreteren. Gegevens worden systematisch verzameld om een duidelijk doel te bereiken. Systematisch betekent dat er een vaste structuur en logische volgorde wordt gevolgd. Een doel betekent dat het onderzoek gericht is op een specifiek vraagstuk. De onderzoeksproces-ui geeft een kader waarbinnen onderzoek systematisch en doelgericht uitgevoerd kan worden.
Toepassing Onderzoeksmethoden
Binnen het onderzoeksproces van de ui worden verschillende lagen onderscheiden. Dit zijn:
Onderzoeksfilosofie, Onderzoeksmethoden, Onderzoeksstrategieën, Tijdshorizonten en Onderzoeksdoel
-
Onderzoeksfilosofie
De onderzoeksfilosofie gaat over de manier waarop gegevens worden geïnterpreteerd en in welke context het onderzoek plaatsvindt. Deze keuze beïnvloedt het hele onderzoeksproces en de manier waarop onderzoekers het onderzoek uitvoeren. Er zijn drie invalshoeken:
Positivisme gaat uit van een waarneembare werkelijkheid en meetbare gegevens die statistisch geanalyseerd kunnen worden. Deze benadering wordt vooral gebruikt binnen de exacte wetenschappen.
Interpretivisme gaat uit van verandering en het idee dat resultaten niet altijd te generaliseren zijn. De onderzoeker zoekt naar de achterliggende werkelijkheid, ook wel sociaal constructivisme genoemd, en kijkt naar de betekenis die mensen geven aan hun handelen. Deze benadering wordt vooral toegepast binnen organisaties.
Realisme gaat uit van een werkelijkheid die bestaat los van menselijke gedachten en ideeën. Sociale en maatschappelijke krachten beïnvloeden mensen, ook als zij zich daar niet bewust van zijn. Deze benadering wordt vaak gebruikt bij onderzoek onder grote groepen mensen.
Deze filosofieën leiden niet direct tot een harde keuze, maar geven inzicht in de manier waarop gegevens en resultaten worden bekeken en geïnterpreteerd.
-
Onderzoeksmethoden
Bij de deductieve methode wordt uitgegaan van een bestaande theorie en hypothese. Op basis hiervan wordt een onderzoeksstrategie ontwikkeld om de hypothese te toetsen. Bij de inductieve methode worden eerst gegevens verzameld, geanalyseerd en geïnterpreteerd. Op basis daarvan wordt een theorie opgebouwd.
De deductieve methode wordt vooral gebruikt bij wetenschappelijk onderzoek, het zoeken naar oorzaak-gevolgrelaties, het verzamelen van kwantitatieve gegevens en het toepassen van controles om de betrouwbaarheid te waarborgen. Ook zorgt deze methode voor een gestructureerde aanpak, onafhankelijkheid van de onderzoeker en voldoende grote steekproeven.
De inductieve methode richt zich op het begrijpen van de betekenis die mensen geven aan gebeurtenissen. De context van het onderzoek is hierbij belangrijk. Er wordt gewerkt met kwalitatieve gegevens en een flexibele structuur, zodat andere relevante aspecten meegenomen kunnen worden. De onderzoeker is onderdeel van het onderzoeksproces en generaliseren is minder belangrijk.
-
Onderzoeksstrategieën
De onderzoeksstrategie beschrijft hoe het onderzoek wordt uitgevoerd. Hierbij is duidelijkheid nodig over de onderzoeksvragen, de doelstellingen en de doelgroep. De onderzoeker kan kiezen uit de volgende strategieën:
Experiment, het uitvoeren van acties in de praktijk op basis van een hypothese. Dit is een deductieve methode.
Enquête, het verzamelen van gegevens via vragenlijsten. Deze methode is geschikt voor grote groepen en grote hoeveelheden gegevens. Dit is een deductieve methode.
Casestudy, praktijkonderzoek waarbij gebruik wordt gemaakt van verschillende bronnen. Deze methode is geschikt voor waarom-, wat- en hoe-vragen. Gegevens worden verzameld via interviews, observaties, documentanalyse en vragenlijsten. Dit is een deductieve methode.
Grounded theory, het ontwikkelen van een theorie op basis van verzamelde gegevens door een combinatie van inductieve en deductieve methoden. De theorie wordt steeds verder getoetst aan nieuwe waarnemingen.
Etnografie, onderzoek naar hoe mensen hun sociale wereld ervaren en interpreteren. Deze methode is tijdrovend, flexibel en moet kunnen inspelen op veranderingen. Dit is een inductieve methode.
Action research, een onderzoeksmethode die gericht is op verandering en niet alleen op beschrijven, begrijpen of verklaren.
-
Tijdhorizonnen
Onderzoek kan een momentopname zijn, ook wel doorsnedenonderzoek genoemd, of over een langere periode plaatsvinden, wat longitudinaal onderzoek wordt genoemd. Doorsnedenonderzoek richt zich op het verklaren van een verschijnsel op één moment. Longitudinaal onderzoek richt zich op veranderingen en ontwikkelingen over tijd.
-
Onderzoeksdoel
Het onderzoeksdoel geeft aan welk type vraag beantwoord moet worden. Er wordt onderscheid gemaakt tussen verkennend, beschrijvend en verklarend onderzoek.
Een verkennend onderzoek richt zich op vragen zoals: Wat gebeurt er?, Welke nieuwe inzichten zijn er?, Welke vragen ontstaan er?. Dit type onderzoek kan worden uitgevoerd door literatuurstudie, gesprekken met experts en focusinterviews.
Een beschrijvend onderzoek geeft een zo nauwkeurig mogelijk beeld van de werkelijkheid. Het wordt vaak gebruikt als basis voor vervolgonderzoek.
Een verklarend onderzoek richt zich op het vaststellen van verbanden tussen variabelen.
Bij onderzoek kunnen meerdere methoden gecombineerd worden. Vaak volgt kwantitatief onderzoek op kwalitatief onderzoek. Dit zorgt voor een betere focus op de belangrijkste onderwerpen en maakt triangulatie mogelijk. Triangulatie betekent dat gegevens via meerdere methoden worden verzameld om te controleren of de resultaten betrouwbaar zijn.
Resultaat van het model
Het ui-model vergroot de kans dat onderzoeksresultaten op één duidelijke manier geïnterpreteerd kunnen worden. Hiervoor moet het onderzoek wel voldoen aan eisen zoals representativiteit, betrouwbaarheid, nauwkeurigheid en validiteit.
Aandachtsgebieden Onderzoeksmethoden
Het model geeft aan dat meerdere onderzoeksmethoden gecombineerd kunnen worden, maar gaat hier verder niet uitgebreid op in.
Auteur: M. Saunders
Jaar ontwikkeld: 2003
Naam: De onderzoeksproces-‘ui’
Literatuur
Saunders, M., Lewis, P. en Thornhill, A. (2004). Methoden en technieken van onderzoek. Pearson.
Onderzoeksmethoden
Doel: Kiezen van de juiste onderzoeksmethodiek
Achtergrond van het model
Overal om ons heen wordt onderzoek gedaan. De uitspraak “uit onderzoek blijkt” wordt vaak gebruikt om standpunten te onderbouwen, anderen te overtuigen of een onderwerp te bewijzen. Het belang van onderzoek is daarom groot en vraagt om een zorgvuldige aanpak.
Het stellen van een paar vragen of het laten invullen van een enquête is geen voldoende onderbouwing voor het nemen van belangrijke besluiten. Het verzamelen van gegevens is juist een van de laatste stappen in onderzoek, naast analyseren en interpreteren. Gegevens worden systematisch verzameld om een duidelijk doel te bereiken. Systematisch betekent dat er een vaste structuur en logische volgorde wordt gevolgd. Een doel betekent dat het onderzoek gericht is op een specifiek vraagstuk. De onderzoeksproces-ui geeft een kader waarbinnen onderzoek systematisch en doelgericht uitgevoerd kan worden.
Toepassing Onderzoeksmethoden
Binnen het onderzoeksproces van de ui worden verschillende lagen onderscheiden. Dit zijn:
Onderzoeksfilosofie, Onderzoeksmethoden, Onderzoeksstrategieën, Tijdshorizonten en Onderzoeksdoel
-
Onderzoeksfilosofie
De onderzoeksfilosofie gaat over de manier waarop gegevens worden geïnterpreteerd en in welke context het onderzoek plaatsvindt. Deze keuze beïnvloedt het hele onderzoeksproces en de manier waarop onderzoekers het onderzoek uitvoeren. Er zijn drie invalshoeken:
Positivisme gaat uit van een waarneembare werkelijkheid en meetbare gegevens die statistisch geanalyseerd kunnen worden. Deze benadering wordt vooral gebruikt binnen de exacte wetenschappen.
Interpretivisme gaat uit van verandering en het idee dat resultaten niet altijd te generaliseren zijn. De onderzoeker zoekt naar de achterliggende werkelijkheid, ook wel sociaal constructivisme genoemd, en kijkt naar de betekenis die mensen geven aan hun handelen. Deze benadering wordt vooral toegepast binnen organisaties.
Realisme gaat uit van een werkelijkheid die bestaat los van menselijke gedachten en ideeën. Sociale en maatschappelijke krachten beïnvloeden mensen, ook als zij zich daar niet bewust van zijn. Deze benadering wordt vaak gebruikt bij onderzoek onder grote groepen mensen.
Deze filosofieën leiden niet direct tot een harde keuze, maar geven inzicht in de manier waarop gegevens en resultaten worden bekeken en geïnterpreteerd.
-
Onderzoeksmethoden
Bij de deductieve methode wordt uitgegaan van een bestaande theorie en hypothese. Op basis hiervan wordt een onderzoeksstrategie ontwikkeld om de hypothese te toetsen. Bij de inductieve methode worden eerst gegevens verzameld, geanalyseerd en geïnterpreteerd. Op basis daarvan wordt een theorie opgebouwd.
De deductieve methode wordt vooral gebruikt bij wetenschappelijk onderzoek, het zoeken naar oorzaak-gevolgrelaties, het verzamelen van kwantitatieve gegevens en het toepassen van controles om de betrouwbaarheid te waarborgen. Ook zorgt deze methode voor een gestructureerde aanpak, onafhankelijkheid van de onderzoeker en voldoende grote steekproeven.
De inductieve methode richt zich op het begrijpen van de betekenis die mensen geven aan gebeurtenissen. De context van het onderzoek is hierbij belangrijk. Er wordt gewerkt met kwalitatieve gegevens en een flexibele structuur, zodat andere relevante aspecten meegenomen kunnen worden. De onderzoeker is onderdeel van het onderzoeksproces en generaliseren is minder belangrijk.
-
Onderzoeksstrategieën
De onderzoeksstrategie beschrijft hoe het onderzoek wordt uitgevoerd. Hierbij is duidelijkheid nodig over de onderzoeksvragen, de doelstellingen en de doelgroep. De onderzoeker kan kiezen uit de volgende strategieën:
Experiment, het uitvoeren van acties in de praktijk op basis van een hypothese. Dit is een deductieve methode.
Enquête, het verzamelen van gegevens via vragenlijsten. Deze methode is geschikt voor grote groepen en grote hoeveelheden gegevens. Dit is een deductieve methode.
Casestudy, praktijkonderzoek waarbij gebruik wordt gemaakt van verschillende bronnen. Deze methode is geschikt voor waarom-, wat- en hoe-vragen. Gegevens worden verzameld via interviews, observaties, documentanalyse en vragenlijsten. Dit is een deductieve methode.
Grounded theory, het ontwikkelen van een theorie op basis van verzamelde gegevens door een combinatie van inductieve en deductieve methoden. De theorie wordt steeds verder getoetst aan nieuwe waarnemingen.
Etnografie, onderzoek naar hoe mensen hun sociale wereld ervaren en interpreteren. Deze methode is tijdrovend, flexibel en moet kunnen inspelen op veranderingen. Dit is een inductieve methode.
Action research, een onderzoeksmethode die gericht is op verandering en niet alleen op beschrijven, begrijpen of verklaren.
-
Tijdhorizonnen
Onderzoek kan een momentopname zijn, ook wel doorsnedenonderzoek genoemd, of over een langere periode plaatsvinden, wat longitudinaal onderzoek wordt genoemd. Doorsnedenonderzoek richt zich op het verklaren van een verschijnsel op één moment. Longitudinaal onderzoek richt zich op veranderingen en ontwikkelingen over tijd.
-
Onderzoeksdoel
Het onderzoeksdoel geeft aan welk type vraag beantwoord moet worden. Er wordt onderscheid gemaakt tussen verkennend, beschrijvend en verklarend onderzoek.
Een verkennend onderzoek richt zich op vragen zoals: Wat gebeurt er?, Welke nieuwe inzichten zijn er?, Welke vragen ontstaan er?. Dit type onderzoek kan worden uitgevoerd door literatuurstudie, gesprekken met experts en focusinterviews.
Een beschrijvend onderzoek geeft een zo nauwkeurig mogelijk beeld van de werkelijkheid. Het wordt vaak gebruikt als basis voor vervolgonderzoek.
Een verklarend onderzoek richt zich op het vaststellen van verbanden tussen variabelen.
Bij onderzoek kunnen meerdere methoden gecombineerd worden. Vaak volgt kwantitatief onderzoek op kwalitatief onderzoek. Dit zorgt voor een betere focus op de belangrijkste onderwerpen en maakt triangulatie mogelijk. Triangulatie betekent dat gegevens via meerdere methoden worden verzameld om te controleren of de resultaten betrouwbaar zijn.
Resultaat van het model
Het ui-model vergroot de kans dat onderzoeksresultaten op één duidelijke manier geïnterpreteerd kunnen worden. Hiervoor moet het onderzoek wel voldoen aan eisen zoals representativiteit, betrouwbaarheid, nauwkeurigheid en validiteit.
Aandachtsgebieden Onderzoeksmethoden
Het model geeft aan dat meerdere onderzoeksmethoden gecombineerd kunnen worden, maar gaat hier verder niet uitgebreid op in.
Auteur: M. Saunders
Jaar ontwikkeld: 2003
Naam: De onderzoeksproces-‘ui’
Literatuur
Saunders, M., Lewis, P. en Thornhill, A. (2004). Methoden en technieken van onderzoek. Pearson.
Plaats een Reactie
Meepraten?Draag gerust bij!


Plaats een Reactie
Meepraten?Draag gerust bij!