Prestatiematrix van familiebedrijven
Doel: Bepalen relatie tussen zakelijke – en familiale dimensie met betrekking tot de prestaties van familiebedrijven
Achtergrond van het model
Familiebedrijven willen, net als andere bedrijven, gezonde omzetten en winsten behalen. Bij familiebedrijven spelen twee belangrijke dimensies een rol: de organisatiedimensie en de familiedimensie. Het is belangrijk om te weten welke invloed deze twee dimensies hebben op het succes van het familiebedrijf.
Wat een familie als succes ziet, is niet altijd hetzelfde als bij niet-familiebedrijven. Bij familiebedrijven gaat het vaak om een combinatie van financiële en niet-financiële doelen. Onderzoek laat zien dat stakeholders van familiebedrijven zelfs over basiszaken verschillend kunnen denken. Een familiebedrijf kan daardoor op de ene dimensie succesvol zijn en op de andere niet. Met de matrix van Sharma kan inzicht worden gekregen in de totale prestaties van een familiebedrijf.
Toepassing Prestatiematrix van familiebedrijven
Goede familiebanden en gevulde beurzen
Familiebedrijven in kwadrant I zijn de meest succesvolle familiebedrijven. Zij hebben een goede balans tussen de familiedimensie en de organisatiedimensie. Binnen de familie is sprake van harmonie, waardoor goed kan worden samengewerkt aan gezamenlijke doelen. Tegelijkertijd behaalt het bedrijf goede omzetten en winsten, waardoor voldoende kapitaal beschikbaar is.
Door de sterke emotionele band binnen de familie kan de onderneming ook blijven bestaan in economisch moeilijke tijden of bij persoonlijke spanningen binnen de familie. Dit kwadrant is de meest wenselijke situatie voor een familiebedrijf.
Slechte familiebanden en gevulde beurzen
In kwadrant II bevinden zich familiebedrijven die financieel succesvol zijn, maar waarbij de onderlinge familierelaties minder goed zijn. Dit komt vaak voor bij grotere familiebedrijven die sterk zijn gegroeid en hoge winsten maken. Binnen de familie kan onenigheid ontstaan over de koers van het bedrijf, wat kan leiden tot spanningen en conflicten.
Hoewel er voldoende financiële middelen zijn, neemt de emotionele band binnen de familie af. Hierdoor kan de continuïteit van de onderneming in gevaar komen, omdat conflicten niet meer goed worden opgelost. Om door te groeien naar kwadrant I moet de familie werken aan het verbeteren van de onderlinge relaties.
Goede familiebanden en lege beurzen
Familiebedrijven met sterke familiebanden maar zwakke financiële resultaten bevinden zich in kwadrant III. De onderlinge relaties binnen de familie zijn goed, maar het bedrijf presteert financieel minder. Op korte termijn hoeft dit geen probleem te zijn, omdat de goede familieband veel kan opvangen.
Als deze situatie echter te lang aanhoudt, raken de financiële middelen uitgeput. Dit legt uiteindelijk druk op de familierelaties. Om door te groeien naar kwadrant I is een nieuwe strategie nodig die gericht is op verbetering van de bedrijfsresultaten.
Slechte familiebanden en lege beurzen
Familiebedrijven in kwadrant IV presteren zowel op financieel gebied als op familierelaties slecht. Wanneer het bedrijf geen goede resultaten behaalt, kan een familie besluiten een nieuwe onderneming te starten. Problemen binnen de familie zijn echter moeilijker te herstellen en vragen vaak veel tijd, of zijn soms niet meer op te lossen.
Hoewel kwadrant I het doel is, is het voor bedrijven in kwadrant IV vaak niet mogelijk om dit direct te bereiken. Meestal verloopt de ontwikkeling via kwadrant II of III, waarbij eerst één dimensie wordt verbeterd en daarna de andere.
Resultaat van het model
Met behulp van deze matrix kunnen familiebedrijven bepalen welke strategie nodig is om van kwadrant II, III of IV naar kwadrant I te groeien. Het is belangrijk dat deze strategie zorgvuldig wordt opgesteld en uitgevoerd. Als een bedrijf in kwadrant III zich alleen richt op financiële verbetering, kan dit de familierelaties schaden. In dat geval kan het bedrijf zelfs in kwadrant IV terechtkomen.
Aandachtsgebieden Prestatiematrix van familiebedrijven
Het model van Sharma werkt met twee globale dimensies en geeft een algemene richting voor de strategie van een familiebedrijf. Voor een concrete strategie is verdere verdieping nodig. Hierbij spelen onder andere de volgende factoren een rol: het aandelenbezit binnen de familie, of de directeur uit de familie komt of van buitenaf, machtsverhoudingen, de bedrijfscultuur, het aantal familieleden in het management en het aantal generaties dat actief is in het bedrijf.
Auteur: P. Sharma
Jaar ontwikkeld: 2004
Ook bekend als: Performance of Family firms
Prestatiematrix van familiebedrijven
Doel: Bepalen relatie tussen zakelijke – en familiale dimensie met betrekking tot de prestaties van familiebedrijven
Achtergrond van het model
Familiebedrijven willen, net als andere bedrijven, gezonde omzetten en winsten behalen. Bij familiebedrijven spelen twee belangrijke dimensies een rol: de organisatiedimensie en de familiedimensie. Het is belangrijk om te weten welke invloed deze twee dimensies hebben op het succes van het familiebedrijf.
Wat een familie als succes ziet, is niet altijd hetzelfde als bij niet-familiebedrijven. Bij familiebedrijven gaat het vaak om een combinatie van financiële en niet-financiële doelen. Onderzoek laat zien dat stakeholders van familiebedrijven zelfs over basiszaken verschillend kunnen denken. Een familiebedrijf kan daardoor op de ene dimensie succesvol zijn en op de andere niet. Met de matrix van Sharma kan inzicht worden gekregen in de totale prestaties van een familiebedrijf.
Toepassing Prestatiematrix van familiebedrijven
Goede familiebanden en gevulde beurzen
Familiebedrijven in kwadrant I zijn de meest succesvolle familiebedrijven. Zij hebben een goede balans tussen de familiedimensie en de organisatiedimensie. Binnen de familie is sprake van harmonie, waardoor goed kan worden samengewerkt aan gezamenlijke doelen. Tegelijkertijd behaalt het bedrijf goede omzetten en winsten, waardoor voldoende kapitaal beschikbaar is.
Door de sterke emotionele band binnen de familie kan de onderneming ook blijven bestaan in economisch moeilijke tijden of bij persoonlijke spanningen binnen de familie. Dit kwadrant is de meest wenselijke situatie voor een familiebedrijf.
Slechte familiebanden en gevulde beurzen
In kwadrant II bevinden zich familiebedrijven die financieel succesvol zijn, maar waarbij de onderlinge familierelaties minder goed zijn. Dit komt vaak voor bij grotere familiebedrijven die sterk zijn gegroeid en hoge winsten maken. Binnen de familie kan onenigheid ontstaan over de koers van het bedrijf, wat kan leiden tot spanningen en conflicten.
Hoewel er voldoende financiële middelen zijn, neemt de emotionele band binnen de familie af. Hierdoor kan de continuïteit van de onderneming in gevaar komen, omdat conflicten niet meer goed worden opgelost. Om door te groeien naar kwadrant I moet de familie werken aan het verbeteren van de onderlinge relaties.
Goede familiebanden en lege beurzen
Familiebedrijven met sterke familiebanden maar zwakke financiële resultaten bevinden zich in kwadrant III. De onderlinge relaties binnen de familie zijn goed, maar het bedrijf presteert financieel minder. Op korte termijn hoeft dit geen probleem te zijn, omdat de goede familieband veel kan opvangen.
Als deze situatie echter te lang aanhoudt, raken de financiële middelen uitgeput. Dit legt uiteindelijk druk op de familierelaties. Om door te groeien naar kwadrant I is een nieuwe strategie nodig die gericht is op verbetering van de bedrijfsresultaten.
Slechte familiebanden en lege beurzen
Familiebedrijven in kwadrant IV presteren zowel op financieel gebied als op familierelaties slecht. Wanneer het bedrijf geen goede resultaten behaalt, kan een familie besluiten een nieuwe onderneming te starten. Problemen binnen de familie zijn echter moeilijker te herstellen en vragen vaak veel tijd, of zijn soms niet meer op te lossen.
Hoewel kwadrant I het doel is, is het voor bedrijven in kwadrant IV vaak niet mogelijk om dit direct te bereiken. Meestal verloopt de ontwikkeling via kwadrant II of III, waarbij eerst één dimensie wordt verbeterd en daarna de andere.
Resultaat van het model
Met behulp van deze matrix kunnen familiebedrijven bepalen welke strategie nodig is om van kwadrant II, III of IV naar kwadrant I te groeien. Het is belangrijk dat deze strategie zorgvuldig wordt opgesteld en uitgevoerd. Als een bedrijf in kwadrant III zich alleen richt op financiële verbetering, kan dit de familierelaties schaden. In dat geval kan het bedrijf zelfs in kwadrant IV terechtkomen.
Aandachtsgebieden Prestatiematrix van familiebedrijven
Het model van Sharma werkt met twee globale dimensies en geeft een algemene richting voor de strategie van een familiebedrijf. Voor een concrete strategie is verdere verdieping nodig. Hierbij spelen onder andere de volgende factoren een rol: het aandelenbezit binnen de familie, of de directeur uit de familie komt of van buitenaf, machtsverhoudingen, de bedrijfscultuur, het aantal familieleden in het management en het aantal generaties dat actief is in het bedrijf.
Auteur: P. Sharma
Jaar ontwikkeld: 2004
Ook bekend als: Performance of Family firms
Plaats een Reactie
Meepraten?Draag gerust bij!


Plaats een Reactie
Meepraten?Draag gerust bij!