Storytelling

Doel: Het overbrengen van een boodschap via digitale media in een verhaal

Achtergrond van het model

Een goed verhaal is authentiek, creatief, maakt persoonlijk en emotioneel contact, inspireert tot actie en neemt het publiek mee op reis. Storytelling kan omzet voor een bedrijf opleveren. Met storytelling kunnen bedrijven:

  • Hun boodschap dramatiseren en spannender maken.
  • Hun publiek laten kennismaken met de menselijke kant van het product of de dienst.
  • Een emotionele band met hun klanten creëren.
  • Het gedrag van mensen beïnvloeden en consumenten stimuleren om geld uit te geven aan hun producten of diensten.
  • Meer bieden dan alleen een overzicht van cijfers.

Goede verhalen zorgen ervoor dat mensen anders gaan voelen, denken en handelen. Ze leiden tot actie wanneer de boodschap duidelijk is, wanneer zichtbaar is dat er iets verandert, wanneer duidelijk is waarom de actie belangrijk is en wanneer helder is welke actie ondernomen moet worden.

Toepassing Storytelling

Een goed verhaal ontstaat wanneer mensen ideeën, concepten, objecten en relaties met elkaar verbinden. Zo ontstaat een verhaal dat interesse en motivatie opwekt. Een goed verhaal bestaat uit de volgende kenmerken:

  • Agenten – de mensen die in het verhaal voorkomen.
  • Probleem – het probleem dat opgelost moet worden.
  • Intenties – hoe de mensen denken het probleem op te lossen.
  • Acties – wat de mensen doen om hun intenties te bereiken.
  • Doelen – wat zij willen bereiken.
  • Causaal effect – de bedoelde en onbedoelde gevolgen van de acties.
  • Context – de details rondom mensen en acties.
  • Verrassing – onverwachte gebeurtenissen.

Om storytelling toegankelijk te maken voor een grote groep, heeft Figg een vergelijking gemaakt met het schrijven van een verhaal. Het model laat zien hoe iemand zich ontwikkelt van het schrijven van een eenvoudig verhaal naar een volledig interactief verhaal. In elke fase worden schrijfvaardigheid en digitale vaardigheden samen ontwikkeld. Wanneer iemand ervaring heeft, kan in elke fase worden gestart.

Beschrijvend

De eerste fase is de beschrijvende fase. Hierin wordt een object of gebeurtenis beschreven of opgenomen. Het gaat om informatie over tijd, plaats en beschrijving in de tekst. Aan de digitale kant gaat het om het maken of kiezen van een foto, met aandacht voor belichting, invalshoek, focus en plaats van het onderwerp.

Foto-essay

In de fase van het foto-essay gaat het verhaal een stap verder. De tekst wordt uitgebreider en geeft een meer gedetailleerde beschrijving of uitleg van het onderwerp of de gebeurtenis. In het digitale deel worden meerdere beelden of foto’s gebruikt. De beelden vertellen samen het verhaal en zijn bewust geselecteerd.

Volgordelijk

In de derde fase wordt het verhaal verder uitgewerkt in een duidelijke volgorde van acties of gebeurtenissen. De volgorde vormt de basis van het verhaal. Er kan gewerkt worden met een storyboard. Dit is een verhaallijn in tekeningen die in een vaste volgorde laten zien wat er gebeurt. Het verhaal bepaalt welke beelden worden toegevoegd. Een volgende stap is het maken van een korte video van ongeveer vijf seconden waarin het storyboard wordt uitgebeeld. Deze video laat de gebeurtenissen in de juiste volgorde zien.

Vertellend

Op basis van het storyboard kunnen nu karakters en verhaallijnen worden toegevoegd. Verhaallijnen zijn teksten die leiden tot een bepaalde uitkomst en door de karakters worden gebruikt. In de tekst worden deze verhaallijnen toegevoegd. In het digitale deel worden foto’s en of video’s toegevoegd. Vanaf deze fase wordt meer gebruik gemaakt van kwalitatieve videobewerking.

Interactie

De moeilijkste fase is de interactieve fase. In deze fase wordt het verhaal interactief in plaats van alleen zenden. Met meerdere karakters en complexere verhaallijnen kan het verhaal met behulp van animaties een vraag- en antwoordverhaal worden.

Resultaat van het model

Met storytelling kan een boodschap op een andere manier worden overgebracht. De basis ligt in de uitspraak: Een beeld zegt meer dan duizend woorden. Een presentatie met veel dia’s en cijfers blijft minder goed hangen dan een beeld dat laat zien wat die cijfers betekenen. Het gaat niet altijd om details achter de komma, maar om het duidelijk overbrengen van een boodschap en het onderscheiden van anderen. Wanneer verhalen goed verteld worden en emoties raken, komen mensen in actie.

Aandachtsgebieden Storytelling

Een verhaal kan snel verouderen doordat locaties, mode of omstandigheden veranderen. Authenticiteit is belangrijk. Wanneer de kijker of luisteraar het verhaal niet als echt ervaart, haakt deze af. Soms is het beter iets te beschrijven dan te laten zien. Anders kunnen beelden onduidelijk zijn en de boodschap niet goed overkomen. Storytelling is minder geschikt wanneer een deel van het verhaal aan de verbeelding van de lezer of kijker moet worden overgelaten.

Auteur: C. Figg

Jaar ontwikkeld:  2005

Naam: Het Model van Digitaal Verhaalvertelling

Literatuur

Tesselaar, S., Scheringa, A., (2009), Storytelling handboek – Organisatieverhalen voor managers, trainers en onderzoekers, Boom

0 antwoorden

Plaats een Reactie

Meepraten?
Draag gerust bij!

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Download dit artikel (PDF)

Storytelling

Doel: Het overbrengen van een boodschap via digitale media in een verhaal

Achtergrond van het model

Een goed verhaal is authentiek, creatief, maakt persoonlijk en emotioneel contact, inspireert tot actie en neemt het publiek mee op reis. Storytelling kan omzet voor een bedrijf opleveren. Met storytelling kunnen bedrijven:

  • Hun boodschap dramatiseren en spannender maken.
  • Hun publiek laten kennismaken met de menselijke kant van het product of de dienst.
  • Een emotionele band met hun klanten creëren.
  • Het gedrag van mensen beïnvloeden en consumenten stimuleren om geld uit te geven aan hun producten of diensten.
  • Meer bieden dan alleen een overzicht van cijfers.

Goede verhalen zorgen ervoor dat mensen anders gaan voelen, denken en handelen. Ze leiden tot actie wanneer de boodschap duidelijk is, wanneer zichtbaar is dat er iets verandert, wanneer duidelijk is waarom de actie belangrijk is en wanneer helder is welke actie ondernomen moet worden.

Toepassing Storytelling

Een goed verhaal ontstaat wanneer mensen ideeën, concepten, objecten en relaties met elkaar verbinden. Zo ontstaat een verhaal dat interesse en motivatie opwekt. Een goed verhaal bestaat uit de volgende kenmerken:

  • Agenten – de mensen die in het verhaal voorkomen.
  • Probleem – het probleem dat opgelost moet worden.
  • Intenties – hoe de mensen denken het probleem op te lossen.
  • Acties – wat de mensen doen om hun intenties te bereiken.
  • Doelen – wat zij willen bereiken.
  • Causaal effect – de bedoelde en onbedoelde gevolgen van de acties.
  • Context – de details rondom mensen en acties.
  • Verrassing – onverwachte gebeurtenissen.

Om storytelling toegankelijk te maken voor een grote groep, heeft Figg een vergelijking gemaakt met het schrijven van een verhaal. Het model laat zien hoe iemand zich ontwikkelt van het schrijven van een eenvoudig verhaal naar een volledig interactief verhaal. In elke fase worden schrijfvaardigheid en digitale vaardigheden samen ontwikkeld. Wanneer iemand ervaring heeft, kan in elke fase worden gestart.

Beschrijvend

De eerste fase is de beschrijvende fase. Hierin wordt een object of gebeurtenis beschreven of opgenomen. Het gaat om informatie over tijd, plaats en beschrijving in de tekst. Aan de digitale kant gaat het om het maken of kiezen van een foto, met aandacht voor belichting, invalshoek, focus en plaats van het onderwerp.

Foto-essay

In de fase van het foto-essay gaat het verhaal een stap verder. De tekst wordt uitgebreider en geeft een meer gedetailleerde beschrijving of uitleg van het onderwerp of de gebeurtenis. In het digitale deel worden meerdere beelden of foto’s gebruikt. De beelden vertellen samen het verhaal en zijn bewust geselecteerd.

Volgordelijk

In de derde fase wordt het verhaal verder uitgewerkt in een duidelijke volgorde van acties of gebeurtenissen. De volgorde vormt de basis van het verhaal. Er kan gewerkt worden met een storyboard. Dit is een verhaallijn in tekeningen die in een vaste volgorde laten zien wat er gebeurt. Het verhaal bepaalt welke beelden worden toegevoegd. Een volgende stap is het maken van een korte video van ongeveer vijf seconden waarin het storyboard wordt uitgebeeld. Deze video laat de gebeurtenissen in de juiste volgorde zien.

Vertellend

Op basis van het storyboard kunnen nu karakters en verhaallijnen worden toegevoegd. Verhaallijnen zijn teksten die leiden tot een bepaalde uitkomst en door de karakters worden gebruikt. In de tekst worden deze verhaallijnen toegevoegd. In het digitale deel worden foto’s en of video’s toegevoegd. Vanaf deze fase wordt meer gebruik gemaakt van kwalitatieve videobewerking.

Interactie

De moeilijkste fase is de interactieve fase. In deze fase wordt het verhaal interactief in plaats van alleen zenden. Met meerdere karakters en complexere verhaallijnen kan het verhaal met behulp van animaties een vraag- en antwoordverhaal worden.

Resultaat van het model

Met storytelling kan een boodschap op een andere manier worden overgebracht. De basis ligt in de uitspraak: Een beeld zegt meer dan duizend woorden. Een presentatie met veel dia’s en cijfers blijft minder goed hangen dan een beeld dat laat zien wat die cijfers betekenen. Het gaat niet altijd om details achter de komma, maar om het duidelijk overbrengen van een boodschap en het onderscheiden van anderen. Wanneer verhalen goed verteld worden en emoties raken, komen mensen in actie.

Aandachtsgebieden Storytelling

Een verhaal kan snel verouderen doordat locaties, mode of omstandigheden veranderen. Authenticiteit is belangrijk. Wanneer de kijker of luisteraar het verhaal niet als echt ervaart, haakt deze af. Soms is het beter iets te beschrijven dan te laten zien. Anders kunnen beelden onduidelijk zijn en de boodschap niet goed overkomen. Storytelling is minder geschikt wanneer een deel van het verhaal aan de verbeelding van de lezer of kijker moet worden overgelaten.

Auteur: C. Figg

Jaar ontwikkeld:  2005

Naam: Het Model van Digitaal Verhaalvertelling

Literatuur

Tesselaar, S., Scheringa, A., (2009), Storytelling handboek – Organisatieverhalen voor managers, trainers en onderzoekers, Boom

0 antwoorden

Plaats een Reactie

Meepraten?
Draag gerust bij!

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Download ‘Storytelling’ als PDF

Dit veld is bedoeld voor validatiedoeleinden en moet niet worden gewijzigd.

Na het downloaden van dit artikel ontvang je diverse tips over Business modellen. Met het downloaden ga je akkoord met ons privacy statement.